Deel 3 - De bedijkingen rond Schore

Het is zeer aannemelijk dat de eerste ringdijken in de omgeving van Schore zijn gerealiseerd onder het bestuurlijk bewind van de ambachtsheer Van Maelstede. Zij voerende tijdens de twaalfde eeuw vanuit Kapelle het gezag over het middeldeel (en mogelijk ook over het oostelijk deel) van Zuid-Beveland. Zij zullen in samenwerking met andere ambachten en onder toezicht van de Graaf hebben meegewerkt om de ringdijken rond Zuid-Beveland te realiseren. Hiervoor werden de ingezetenen van het ambacht (lokaal bestuursgebied) verplicht mee te werken om de dijken aan te leggen. Waarschijnlijk betrof dit hoofdzakelijk het aaneensluiten van de lokale dijken die in de loop van decennia door grondeigenaren en onder toezicht van lokale ambachtsheren waren gerealiseerd. Voor Schore betreft dit de sluiting van de dijk langs de haven van Biezelinge tot aan de dijken die in het ambacht Kruiningen waren aangelegd. Het is hierbij zeer denkbaar, dat als gevolg van de steeds uitbreidende Honte (Westerschelde) langs het gebied van Schore hier al eerder lokale dijken aanwezig waren die in de twaalfde eeuw zijn verbonden.

 

De Schoorsezeedijk is dus waarschijnlijk laat 12e begin 13e eeuw aangelegd. Dit was mogelijk het gevolg van de steeds verder uitbreidende invloed van de Honte of Westerschelde. We moeten ons hierbij realiseren dat de Westerschelde, eerder Honte genoemd, pas vanaf de 9e tot 12e eeuw zich voor de kust van Schore is gaan ontwikkelen.  Rond de 12e eeuw kwam de voorloper van de Westerschelde in het oosten, tussen Bath en Saaftinge, in verbinding met de rivier de Schelde, die daar in noordelijke richting liep. Sindsdien stroomde de Schelde steeds meer door de Honte en ontwikkelde deze zich tot zeearm. Pas vanaf eind 14e of begin 15e eeuw is de Honte redelijk bevaarbaar geworden.

 

Vele onderzoekers menen dat de naam Schore is afgeleid van “Schorre”. Omdat deze naam hier is gevestigd zou dit erop kunnen duiden dat er een buitendijks schorre lag dat hier is bedijkt. Mocht dit zo zijn, hetgeen nooit is aangetoond, zou onder de Molenweg, eerder Schoorsezandweg genoemd, een vroeg dijkje kunnen liggen, zoals de Polderdijk ten noorden van Kapelle. Met de aanleg van de huidige zeedijk  zou hiertegen een jongere polder zijn aangelegd die “Score of Scoore” werd genoemd.

Afbeelding 1 De Schoorsezeedijk in 2018.

afb1_De_Schoorse_zeedijk.jpg

De abdij van Sint Bernhard te Antwerpen verkreeg in 1250 bezittingen onder Schore van 60 gemeten (dat is ca.24 ha) grond met vrijstelling van grondbelasting.  De cisterciënzer monniken kregen van de Graaf van Holland en Zeeland  vanaf eind 12e eeuw onbedijkte gronden of zogenaamde  “wilde” gronden om deze in cultuur te brengen. Dergelijke ontginningsprojecten waren te omvangrijk om dit aan lokale mensen over te laten. Het feit dat de cisterciënzers hier een kloosterboerderij mochten stichten en grond kregen kan de theorie van de later bedijkte schorre ondersteunen.

Maar het is tevens mogelijk dat de monniken zijn gevraagd te helpen bij het herstellen van de zeedijk omdat deze in 1248 zou zijn doorgebroken en als dank daarvoor grond ter ontginning kregen aangeboden.

 

De grens van de samengevoegde heerlijkheid Schore-Vlake liep ooit vanaf de achtererven van de woningen aan de Hoofdstraat van Biezelinge langs de haven in zuidelijke richting tot in de Honte of Westerschelde. De oostelijke havendijk behoorde tot het grondgebied van Schore, de huidige Oude Dijk en Schoorse Oudedijk.

Door de steeds uitbreidende Honte of Westerschelde werd het onbedijkte land, schorren, dat lag voor de Schoorse zeedijk weggespoeld. Deze situatievormde op den duur een gevaar voor de zeedijk. dit is ook de reden dat er voor de Schoorse zeedijk nooit geen jongere polders zijn aangelegd. Dat was wel het geval tegen de Schoorse Oudedijk waar nu de Willem-Annapolder ligt.

Afbeelding 2 oudste poldertjes in havenmond Biezelinge.

Op de grens van Schore, nu de Willem-Annapolder, werd in 1354 de Simonspolder bedijkt op het schor langs de haven naar Biezelinge. Ook was hier tegen de huidige Schoorsche Oudedijk  de Reinhoutspolder vóór 1445 bedijkt. In 1352 wordt melding gemaakt van de uitwateringsluis westelijk van Vlake, zuidoostelijk van Biezelinge. Door de aanleg in 1354 van de hiervoor genoemde Simonspolder  in de monding van de Biezelingsehaven (nu Willem Annapolder langs de Schoorse Oudedijk) werd de afwatering van het land rond Schore door de suatiesluis belemmerd. Voortaan moesten Vlake en Schore afwateren via de sluis in de Yersekedam op de Oosterschelde. Doordat het oppervlaktewater een grote afstand moest afleggen, via de Yersekemoer die ’s winters onder water stond, pakte dit voor het gebied rondom Schore zeer nadelig uit. De lage delen, voornamelijk bestaande uit weilanden, in de omgeving zullen jaarlijks langere tijd onder water hebben gestaan. Schore was op het eind van de 16e eeuw een kwijnend dorp op een kleine kreekrug te midden van laag gelegen onvruchtbare  gronden. Deze situatie bleef bestaan tot de aanleg van het Kanaal door Zuid-Beveland tussen 1852 en 1866.

De Simons- en Reinhoutpolder zijn al voor 1500 overstroomd  en de laatstgenoemde weer herdijkt door Maarten de Roo (Reinhoutspolder werd vanaf toen Meertenspolder genoemd). Voor 1532 moet de Simonspolder weer herdijkt zijn geweest. Na 1550 komt de Meertenspolder niet meer voor maar een nieuwe polder die in 1561 Jonkvrouw van Catspolder wordt genoemd. Deze blijkt ook weer tegen de Simonspolder te zijn aangelegd. Het bedijken van deze polders toont aan dat vanaf de 14e eeuw  het mondingsgebied van de Biezelingse haven, op de grens met Schore, sterk aan het verzanden was. Maar de polders blijken ook kwetsbaar voor de dreigingen vanuit de Honte (Westerschelde)waardoor ze overstroomden en uiteindelijk verloren gingen. Dit had uiteindelijk tot resultaat dat in 1715 de Biezelingsehaven werd afgedamd. Bij de bedijking van de Willem Annapolder in 1756 werd het gebied waar de poldertjes lagen hierin opgenomen.

Omstreeks midden 15e eeuw moet de stroom in de Honte ter hoogte van Biezelinge en de Schoorsedijk zijn loop hebben gewijzigd.  Zoals we hiervoor zagen gingen in die tijd de polders die westelijk van Schore waren aangewonnen verloren. Spoedig werd ook het oude land van Schore bedreigd. Tijdens de Sint Felixvloed in 1530 overstroomde ook Schore.

Afbeelding 3 schema van dijkval, bron pcvdklis.

afb3_schema_dijkval_Bron_pcvdklis.jpg

Door de kwetsbare ligging van de Schoorse zeedijk langs de Westerschelde moest de dijk steeds opnieuw worden hersteld.

In 1452 is er sprake van dijkherstel bij Schore als gevolg van een dijkval. Nadien volgen er nog vele dijkvallen, die wel een gevaar voor de zeedijk opleveren maar niet tot overstromingen leiden.

In 1455 en 1464 werd door het landsbestuur verordineerd dat alle ingelanden van de wateringen de werken voor gemeenschappelijke kosten moeten plaatsvinden, ook de bijzondere voorzieningen aan de zeedijken. De heren van Kruiningen en hun onderzaten moesten, omdat zij al zwaar belast waren met hun eigen zeedijk bij Hansweert en die van Schore, slechts mee betalen voor hun landen buiten de ringdijk van Kruiningen. Hieruit blijkt dat de bewoners, landeigenaren, van Schore niet bij machte waren de financiën op te brengen om de Schoorse zeedijk te onderhouden. Ze waren tot armoede gebracht doordat hun land onvoldoende vrucht opbracht en de dijk steeds werd beschadigd. De hulp moest van elders komen anders zou de zeedijk verloren gaan.

In begin van de 16e eeuw werd de zeedijk bij Schore zwaar geteisterd. In een stuk van het Waterschap ”De Brede Watering Bewesten Yerseke”, dat vrijwel de hele oude kern van Zuid-Beveland omvatte,  wordt melding gemaakt van een dijkval in 1501 bij Schore.  Met rijshout, zoden en stenen slaagde men erin de dijk te herstellen.

Evenals in 1452 werd de dijk voor  gemeenschappelijke kosten hersteld om overstroming van het land van Schore te voorkomen. We zien hier met welke eenvoudige middelen in die tijd een dijkgat werd gedicht.

 

Toen in 1503 de toestand van de dijk bij Schore opnieuw kritiek was overlegden de dijkgraaf en gezworen met de belanghebbende ambachtsheren om voor gezamenlijke kosten de dijk te beschermen. Ook in 1507 is er weer sprake van een dijkval bij Schore waarbij de magistraten van Goes het Waterschap bij uitzondering van advies diende om erger te voorkomen.

Aan de huidige bochtige Schoorse Zeedijk is nu nog te zien waar de dijk is aangepast tijdens de vele herstellingen. Elke bocht heeft zijn geschiedenis.

Waterschap “De Brede Watering Bewesten Yerseke” heeft in de periode 1956 – 1959 een dijkverzwaring uitgevoerd tot de wettelijk vastgestelde Deltahoogte. Het Waterschap Scheldestromen heeft in 1989 versterkingswerken uitgevoerd om de dijk toekomst bestendig te maken. Binnen enkele jaren moet de zeedijk van Schore weer worden verhoogd omdat het gebied te snel zou vollopen  als er zeewater over de dijk spoelt.

Hier zien we de grote veranderingen, was eerst de zorg voor de lokale veiligheid van belang later werd ingezien dat dit een breder maatschappelijk belang was. 

Tot aan de aanleg van de A58, lag het gebied rondom Schore binnen één dijk met de rest van de kern van Zuid-Beveland, waarin ook Goes ligt. In de jaren 70 van de vorige eeuw is er langs de A58 / Nieuwe Schoorseweg een separatiedijk aangelegd. Hierdoor is er een kleinere polder gevormd, die snel kan vollopen met zeewater. Mocht dit gebeuren dan zijn de vluchtmogelijkheden voor de bevolking vrij gering.

 

De Zanddijk, een geval apart.

In het oosten grensde de Heerlijkheid Schore tegen die van Kruiningen. De grens was gelegd langs de oeverwal van de voormalige getijdegeul de “Yerseke” genaamd. Deze liep vanaf de huidige Yerseke Dam, naar het zuiden waar nu het dorp Hansweert ligt. De heerlijkheidsgrens tussen Kruiningen en de westelijke hiervan gelegen heerlijkheden als Schore en Vlake is mogelijk al in de 12e eeuw bepaald toen een verdeling plaatsvond tussen de heren van Maalstede die Kapelle als hun oorspronkelijke standplaats hadden, in  het kasteel Maalstede.

Op deze grens werd in de 15e eeuw door de heer van Kruiningen een dijk aangelegd. Dit was geen polderdijk om nieuw land aan te winnen, maar een tussendijk om tijdens overstroming van het land het water te keren, om de omvang van een overstroming te beperken.

Zo heeft deze dijk tijdens de overstroming van 1530, waarbij het volledige oost Zuid-Beveland is overstroomd voorkomen dat Schore vanaf het oosten onder water liep.

Dat Schore toch vanaf de Westerschelde een dijkbreuk kende waardoor het onder water liep is hiervoor al beschreven. Gelukkig was dit vrij snel opgelost door vakkundig ingrijpen van de Dijkgraaf van Goes. De ellende van oost Zuid-Beveland  is Schore gespaard gebleven door de Zanddijk.

Wordt vervolgd...

In het volgende deel zullen we ingaan op de Ambachtsheerlijkheid van Schore.