Deel 6 - De ontwikkeling van het dorp Schore

Ontstaan van het dorp

Schore werd al genoemd in een document uit 1250. Het woord Schore is mogelijk afgeleid van Schor. Schor is buitendijks begroeid land dat nauwelijks nog wordt overspoeld door de vloed. Waarschijnlijk was het gebied rondom het latere Schore omstreeks 1250 nog nauwelijks ontgonnen. Het is echter ook mogelijk dat de omgeving van Schore buiten de eerste bedijking lag. De Honte of Westerschelde was toen nog zeer gering van omvang en nog nauwelijks bevaarbaar.

 

Woningen en boerderijen werden in die vroege tijd op zelf gemaakte woonhoogten gebouwd om bij hoge vloed toch droog te kunnen wonen. Schore is aangelegd op een natuurlijke kreekrug. Deze heeft tegenwoordig een hoogte die varieert van 0,6 tot 1,2 boven NAP. Van oorsprong zal deze wel iets hoger zijn geweest maar toch onvoldoende hoog om bescherming tegen hoge vloeden te bieden en er droog op te kunnen wonen.

Afbeelding 1 de kreekrug Schore

deel 6 - 1.jpg

Zoals vele middeleeuwse dorpen op het oude land van Zeeland, is ook Schore ontstaan vanuit enkele boerderijen op een aangelegde verhogingen. De aaneengesloten verhogingen onder de kern van Schore zijn nog  steeds te zien aan de oplopende straten naar het Nieuwe Kerkplein. Hieruit kan worden afgeleid dat de eerste nederzetting al voor de bedijking is ontstaan, in de 12e of begin 13e eeuw, op een splitsing van wegen. Een weg vanaf het zuiden (Steenweg) splits zich hier in een weg naar Vlake in het oosten (Haaimeet) en in een weg naar Biezelinge in het westen (Frisostraat en Molenweg).

Van de ontwikkeling van andere oude Zeeuwse dorpen is bekend dat de terp (verhoging) waarop het dorp is ontstaan ook werd gebruikt voor het bijeenbrengen van het vee tijdens de hoge vloeden. Daarom was op de terp een vate (drinkput) met zoet water. In Schore heeft deze vate waarschijnlijk gelegen boven op de kreekrug, ongeveer op de plaats van het plantsoentje aan het Nieuwe Kerkplein. Dat was eerder de plaats van de splitsing van wegen (de vroegere Achterweg) vanuit de Steenweg. Hier was de eerste aanzet van de nederzetting waaruit Schore is ontstaan.

De vroegste bewoners waren agrariërs
Vanaf de verhoogde nederzetting heeft de ontginning van het land rond Schore plaatsgevonden. Nadat het veen uit de bodem in en rond Schore voor een groot deel was gemoerneerd (weggegraven), heeft de bevolking van Schore zich in het verleden voornamelijk bezig gehouden met landbouw en veeteelt. Het dorp had een voornamelijk agrarisch karakter en bestond uit een groot aantal grote en kleine boerderijen en wat arbeiders woninkjes. Omdat door de moernering de gronden bij Schore niet erg vruchtbaar waren en er nauwelijks andere activiteiten mogelijk waren, stagneerde de groei van het dorp.

Afbeelding 2 de oude situatie dorp Schore, 1832

deel 6 - 2.jpg

Kerk in het midden

In de 12e / 13e eeuw werd midden in de woonkern, op de kruising van wegen de eerste kerk gebouwd. Waarschijnlijk was dit eerst een houten kerkje dat later is vervangen door een stenen kerkgebouw.

 

Vanaf die tijd vormde Schore een eigen parochie (de parochie Schore werd in schriftelijke bronnen voor het eerst genoemd in 1251) met een zelfstandig bestuur bestaande uit een college van Schout en Schepen. Zij vormden hier de Vierschaar (lokale rechtspraak). Vrijwel zeker werd in de kerk de rechtspraak gedaan, omdat de in Schore gevestigde ambachtsheren niet vermogend genoeg waren om een kasteel te bouwen waarin rechtspraak kon plaatsvinden. Ten zuidwesten van Schore was er vanaf 1237 een kloosterboerderij (ook Grangia genoemd). Deze hoorde bij de St. Bernhard abdij te Antwerpen. Dit klooster zal zeker invloed hebben gehad op de ontwikkeling van Schore.

 

Wordt vervolgd...

Volgende keer gaan we kijken naar oude kaarten en naar de groei van Schore door de jaren heen.